Overdenking bij
Deuteronomium 18:15-22 en
Marcus 1:21-28
Waar Marcus tot op heden heel kort heeft verteld, met heel weinig woorden, over de doop van Jezus en over zijn boodschap, en over de roeping van de eerste discipelen, besteedt hij relatief veel aandacht aan wat er in de synagoge van Kapernaüm gebeurt. Het is alsof hij eerst grote haast had, voortdurend gebruikt hij het woordje “meteen”, om er nu eens even rustig voor te kunnen gaan zitten.
In het verhaal over de doop van Jezus hebben we van Marcus geleerd wat het betekent om gedoopt te zijn. Dat betekent, proberen te leven in verbinding met Jezus, gaan waar hij ging en doen wat hij deed. Dat je je omwille van de liefde verzet tegen onrecht, dat je probeert de vrijheid te vinden om dat te doen.
Het is weg die je soms midden in de woestijn brengt, maar ook daar zijn ervaringen van rust, en veiligheid, en vrede.
In het verhaal over de roeping van de eerste discipelen hebben we van Marcus geleerd wat bekering is. Bekering betekent elke dag opnieuw mogen beginnen met te proberen je aan God toe te vertrouwen. Steeds als nieuw weer mogen proberen om zelf een betrouwbaar mens te zijn voor anderen. Bekering betekent elke dag een nieuwe kans voor jou om, zoals jij bent, in je eigen dagelijkse leven, op jouw manier mensen op te vissen die dreigen kopje onder te gaan.
We vinden in de tekst van het evangelie dus voortdurend dwarsverbindingen met ons eigen leven. En zo worden ook wij volgelingen van Jezus, op zoek naar God en misschien soms even door hem gevonden. Ook wij worden gezien en geroepen om te doen. Gerechtigheid te doen. Liefde te leven. Standvastig te hopen.
Ieder van ons doet dat op diens eigen plek in de wereld, tussen de mensen, in de maatschappij. Dat maakt het ook zo moeilijk. Dat er eigenlijk geen standaardpakket aan regels bestaat. Ja, de tien geboden misschien; maar ook die zijn in de praktijk van het dagelijks leven niet letterlijk toe te passen. Gij zult niet doden- maar hoe zit dat als je uit noodweer handelt? Gij zult niet stelen- maar Robin Hood dan? Mag een arme van wie de kinderen dreigen om te komen geen brood stelen? Het leven is altijd anders, weerbarstiger, ingewikkelder dan de leer. Er is altijd vertaling van die leer nodig om hem leefbaar te houden En dat is iets wat wij, gelovigen van de Dorpskerk in ons dorp vooral zelf moeten doen. Samen, in samenspraak. In zoeken en vooral uitproberen in de praktijk van het dagelijkse leven.
Heb je je portie gerechtigheid al nagestreefd afgelopen week? Heb je bewust voor liefde gekozen in plaats van haat of afgeleide daarvan? Heb je weerbarstig geprobeerd te hopen tegen alle wanhoop in?
Vandaag horen we dat Jezus de Schriften uitlegde in de synagoge. En iedereen was verwonderd. Want hij legde de schrift uit met gezag, “niet zoals de schriftgeleerden.” Marcus geeft hiermee in een paar woorden een tegenstelling aan tussen Jezus en de schriftgeleerden. Jezus heeft gezag, de schriftgeleerden niet. Ook als Jezus, in hetzelfde verhaal, de onreine geest uit de man heeft doen vertrekken, klinkt het woord gezag. Dan zeggen de mensen tegen elkaar: “wat is dit allemaal? Een nieuwe leer met groot gezag! Zelfs als hij onreine geesten een bevel geeft, wordt hij gehoorzaamd.” En daarmee toont Jezus zich een profeet in de lijn van Deuteronomium, want hij spreekt in de naam van de Heer en er gebeurt iets.
Jezus zijn gezag heeft dus niet alleen te maken met de inhoud van wat hij zegt; het gezag zit ‘m ook in het effect van wat hij zegt.
Die schriftgeleerden komen we later in het evangelieverhaal nog vaak tegen. Ze worden neergezet als vijanden van Jezus. Hier, zo in het begin van het evangelie, wordt daar alvast naar verwezen. Huichelaars zal Jezus de schriftgeleerden nog gaan noemen. Omdat het enorme regelneven zijn. Die de regels vooropzetten, en dan pas de mens. Zij maken het complexe menselijke bestaan ondergeschikt aan de leer.
Waar zijn regels voor bedoeld? Hoe werken ze? Regels geven structuur aan. Regels maken overzichtelijk wat je moet doen. Regels die we samen afspreken zorgen ervoor dat we de samenleving een beetje onder controle houden. Maar in het naleven en nastreven schieten de Schriftgeleerden door (waarbij we er wel rekening mee houden dat Marcus ze een beetje zwart-wit neerzet, Jezus zelf was immers een schriftgeleerde). Het lijkt alsof ze vinden dat het leven gevormd moet worden naar de leer. Dan komt het wel goed met God.
Vandaag wordt zichtbaar dat wat Jezus doet ont-regelend werkt. Jezus ontregelt de godsdienst. Hij laat zien dat God dienen niet altijd gelijk staat aan het volgen van een protocol, het toepassen van religieuze richtlijnen. God dienen doe je in de praktijk van het leven. Daar begint het en daar gaat het om. En het is rommelig en ingewikkeld. Het beleven van geloof vindt plaats in de ontmoeting met wie ook maar op je weg gebracht wordt, en stelt je zo steeds voor nieuwe uitdagingen. Jezus ziet, negeert niet, gaat in contact en laat zo zien dat hoe het altijd ging of hoe het volgens de regels zou moeten niet past. Ontregelend. In wat hij doet zet hij vraagtekens bij hoe het altijd is gedaan.
De onreine geest in de synagoge voelt dat haarfijn aan. Wat hebben wij met jou te maken, Jezus van Nazaret? Roept hij. Wij… hoor je dat? Dat is precies het “wij” van ‘zo doen wij dat hier’ waarachter we ons zouden kunnen verschuilen. Ben je gekomen om ons te vernietigen? De onreine geest voelt het fantastisch goed aan. Beter kan hij het niet verwoorden. Het “ons” van de dominante groep die bepaalt hoe het hoort, van argumenten als “ik vind dit en velen met mij”, Jezus is gekomen om dat te vernietigen. Tenslotte spreekt de onreine geest een geloofsbelijdenis uit, dat is een staaltje ironie van Marcus bij wie de mensen het maar heel moeilijk doorkrijgen: ik weet wel wie je bent, de heilige van God.
Als teken van het breken van de macht van het kwaad, het herstel van de mens in al zijn waardigheid, beveelt Jezus met gezag de onreine geest hem te verlaten. Die verzet zich tot het uiterste. Het loslaten van de veiligheid van hoe het altijd was en ging, die helemaal niet goed blijkt te zijn, zorgt voor stuiptrekkingen. Lees het als beeld en je ziet hierin het gevolg van de angst bij verandering.
Wie van jullie heeft zich nooit ontregeld gevoeld? Geen controle, stuurloosheid… geen beheersing, je dreigt kopje onder te gaan. Hoe bang ben je dan, die angst komt er nog eens bovenop. Je worstelt, je spartelt, je zoekt en je roept, voelt je helemaal op jezelf teruggeworpen.
Maar als er een moment van terugkijken komt op die tijd, dan ontdek je vaak iets nieuws over de diepe complexiteit van je leven, over de kracht van het leven, over het onbegrijpelijke waarin wij als gewone kleine mensjes overeind moeten zien te blijven, over hoe we dat kunnen.
Dat is de laag waarop Jezus ons aanspreekt. Niet op het niveau van de leer, maar op het niveau van het leven. Dat is wat zijn woorden gezag geeft, dat is wat de meeste weerstand oproept. Dat is dus wat op het spel staat als we zoeken naar gerechtigheid, liefde, trouw. Als we ze consequent proberen te leven, zal het ontregelen, weerstand oproepen, leiden tot gerommel. Als het niet ingewikkeld is om je waarden in praktijk te brengen, kun je je afvragen of je daadwerkelijk iets met je waarden aan het doen bent.
Maar mag er hoe dan ook na iedere worsteling iets van rustig terugkijken volgen. En in iedere worsteling een aanleunen zijn tegen het veilige gezag van de God van het leven.


