Overdenking bij Genesis 11:1-9 (Babel)
en Handelingen 2:1-21 (Pinksteren)
Wat hebben we toch moeite met verschillen. Het allerliefst willen we dat iedere vogel hetzelfde liedje zingt. Wat is het lastig dat ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is. Met geweld dwingen mensen elkaar zelfs hun bek te houden. En hoe vreemder de vogel, hoe moeilijker het die wordt gemaakt. Vandaag, met Pinksteren, wil ik jullie laten zien dat dat waarschijnlijk niet zo heel christelijk is.
Voordat Jezus sterft, stelt hij zijn leerlingen gerust: als ik niet meer bij jullie ben, zegt hij, zal God de Vader de heilige Geest sturen om bij jullie te zijn. Want het werk van Jezus is nog niet klaar. Zijn leerlingen zullen daarmee door moeten gaan. De heilige Geest zal hen daarbij helpen. Die zal hen helpen, zo zegt Jezus, om terug te denken aan alles wat hij gezegd heeft, en dat ook te begrijpen.
Ze moeten dus, als hij er niet meer is, verder met wat hij gezegd heeft. Daar moeten ze het mee doen. Maar ja, ‘wat ik gezegd heb’ is wel een beetje nauw geformuleerd, toch? Het is dan ook breder opgevat. ‘Wat ik gezegd heb’, daaronder verstaan de vier evangeliën Jezus’ inzichten, zijn lessen, zijn uitleg van de Bijbel, zijn gelijkenissen, de dingen die hij vertelde over wie hij was en over wat hij deed.
Wat ik gezegd heb: wij moeten het doen met de woorden die opgeschreven staan. Dat is een wezenlijk onderdeel van ons geloof. Geen beelden maar woorden. Waar een beeld statisch is, kun je over woorden blijven praten. Over de Bijbel kun je blijven praten, over wat door Jezus is gezegd en wat daarmee wordt bedoeld. Er blijft een soort openheid in zitten, want wat het betekent blijft altijd een kwestie van interpretatie.
Sommige christenen vinden dat een zwaktebod, om dat zo te zeggen. Hoezo interpretatie, de Bijbel is God woord en dat is eenduidig. Het woord van God heeft maar een betekenis, zeggen zij, en dat is dan de betekenis die zij hebben geleerd of hebben ontdekt. Hun eigen inzicht of het inzicht van de groep tot waarheid verheven.
En daarmee wordt hun eigen inzicht, hun eigen uitleg, Woord van God. En dan kan het maar zo gebeuren dat hun uitleg de plek in gaat nemen van God zelf. Ook woorden, ook Bijbelse beelden van Gods kunnen afgoden worden. Een gestolde God in plaats van een levende God. Een gesloten systeem in plaats van een levend woord.
Jezus wordt in de Bijbel trouwens ook wel Woord genoemd. Het woord dat mens geworden is en onder ons heeft gewoond. Opnieuw dreigt hier het gevaar dat ook geldt als je de Bijbel Gods woord noemt. Want ook van jouw eigen uitleg van de woorden van Jezus kun je een afgodsbeeld maken. Van Jezus kun je een God maken naar jouw eigen beeld, en vergeten dat hij ook mens was.
En het is essentieel dat Jezus een mens was, want daardoor blijft het woord levend. Een mens houdt altijd iets onverwachts, iets onbekends. Woorden en daden moet je interpreteren. Een mens leeft in een bepaalde omgeving, groeit op met bepaalde gewoonten, spreekt in een bepaalde taal. Het is al moeilijk met zekerheid te zeggen of je iemand echt begrijpt die tegenover je staat. Laat staan dat het moeilijk is om iemand te begrijpen die in een heel andere taal, een heel andere cultuur en een heel andere tijd geleefd, gedaan en gesproken heeft.
En zo komen we weer terug bij Jezus belofte van de heilige Geest. Die zal ons helpen om terug te denken aan wat Jezus gezegd heeft, en dat ook te begrijpen. We hebben hulp nodig om het te begrijpen, telkens weer. Want de woorden van en verhalen over Jezus zijn na een ongekend lange tijd in onze taal vertaald, klinken in onze cultuur, in onze tijd. Briljant bedacht hè, die heilige Geest. Het besef dat de boodschap een wereldreis en tijdreis zou maken zit al ingebakken. En ook het besef dat het steeds opnieuw een kwestie van begrijpen is en zal zijn.
In onze pogingen de woorden te begrijpen, houden we het woord levend. Als we denken het definitief te weten, alles begrijpen, klaar, slaan we het dood. Wordt onze eigen theorie een afgod. En voor je het weet slaan we uit naam van die afgod anderen dood. Nee, de geest waait waarheen ze wil, blijft in beweging. Zoals ook onze geschiedenis, onze cultuur, ons mensbeeld en ons eigen menszijn in beweging blijft. Waardoor steeds opnieuw begrepen moet worden wat de oude woorden hier en nu zeggen.
Daarom is het feest van Pinksteren een feest van taal. We lezen in het verhaal van Babel hoe een taal van mensen die alles denken te begrijpen, leidt tot een statisch uit de hoogte doen, een toren. God maakt daarom verschillende talen. God brengt dynamiek aan, onbegrip, met de opdracht elkaar te begrijpen. Dat is wezenlijk voor God.
En in het verhaal over de uitstorting van de heilige Geest worden die verschillende talen niet opgeheven. Nee, het is niet alsof iedereen ineens Esperanto spreekt. Iedereen hoort, het staat er nadrukkelijk, in diens eigen taal spreken. En door te benoemen waar alle mensen vandaan komen wordt ook nog eens verwezen naar al die verschillende culturen waaruit zij afkomstig zijn. Zo verbeeldt Handelingen wat de heilige Geest doet. Die helpt begrijpen wat er gezegd wordt, in de termen van je eigen taal en herkenbaar vanuit je eigen cultuur.
Levert dat verschillende inzichten op? Jazeker. Maar dat is geen zwakte, geen teken dat het fout zit, het is juist een kracht. Als je elkaar probeert te begrijpen. Als je dat vanuit een zekere openheid durft te doen. En die openheid zit er volgens mij dus ingebakken, in de persoon van de heilige Geest. Openheid, veelstemmigheid, verschil van inzicht is inherent aan het christendom. Want we hebben te maken met woorden, we hebben te maken met een mens, we hebben te maken met de tijd die voortschrijdt, de cultuur die zich ontwikkelt. Terugdenken aan wat Jezus gezegd heeft, en het begrijpen, is blijkbaar keer op keer wat moet gebeuren. En de Bijbel blijkt met dat perspectief een onuitputtelijke bron van inspiratie.
Daarom is Pinksteren het feest van de veelkleurigheid, van de meerstemmigheid. Het feest van het cadeau dat de Bijbel is, en hoe die ook een woordje mee spreekt in ons gesprek over wat het leven zinvol, goed, de moeite waard maakt. Het feest dat we geen afgoden nodig hebben omdat open en onaf de toon aangeven. Het feest van de creativiteit die deze openheid keer op keer op gang brengt.
Mag het woord keer op keer opnieuw begrepen worden.
Mag het zo brood zijn voor een leven samen met anderen,
in alle verschillen die er zijn.


