Jezus is een loser

In 1800 was ‘fiasco’ (‘failure’) in de Verenigde Staten een woord dat alleen maar gebruikt werd als het over zaken ging, en over vermogen. Bijna 100 jaar later was de betekenis veranderd. Toen kon de krant Chicago Tribune bijvoorbeeld aan zijn lezers voorleggen: ‘Wat beschouwt u als het grootste fiasco van uw leven?’ En in de crisisjaren 1920 en ’30 werd bericht hoe ‘losers’ zelfmoord pleegden toen ze al hun geld kwijtraakten.


Van verliezer naar stuk ongeluk

Scott Sandage beschrijft in zijn boek ‘Born Losers’ hoe de betekenis van ‘loser’ zich in twee eeuwen tijd is veranderd van ‘iemand die verlies geleden heeft’ naar ‘een mens die het niet kan maken in het leven’. Van een mislukkeling (iemand bij wie iets/veel mislukt) word je een mislukking (in eigen persoon). Wat betekent loser? Had je vroeger ongeluk, nu ben je zelf een stuk ongeluk. (Iets vergelijkbaars deed zich voor bij Junkie – iemand die troep gebruikt, en Junk – iemand die troep is.)

Ik ben nergens goed voor

Zoals veel Engelse woorden, is ook de aanduiding loser rechtstreeks in het Nederlands overgenomen. Met dezelfde betekenis. Kinderen kennen het al: ze schelden elkaar er spottend mee uit. En anders lezen ze wel het populaire ‘Leven van een loser’- de (uit het Engels vertaalde) dagboeken van Bram Botermans. Deze schlemiel gebruikt het woord loser ook voor zichzelf, en spiegelt daarmee het harde oordeel dat kinderen kunnen verinnerlijken: ik ben nergens goed voor.

Lees hier dat ook de kerk voor losers is (of zou moeten zijn)

Loser is een schlemiel

Wat is een schlemiel? Dat woord kennen veel kinderen dan weer niet. Maar volwassenen wel. Het is via het Jiddisch in het Nederlands terechtgekomen. In het Jiddisch heb je de uitspraak ‘Bei a sjlemiel falt es brout immer ufs ponem.’ Juist: “bij een schlemiel valt het brood altijd op de besmeerde kant.”

Jezus is een loser

Jezus was ook een schlemiel. Een loser. Toen ik dit liet horen in een kerkdienst (met medewerking van een rockband, over Jezus als rebel) barstte een klein gelovig jongetje in tranen uit. Maar als het Pasen is onderstreep ik het graag opnieuw.

Wat Jezus van Nazareth is overkomen maakt hem in de ogen van nu een loser. Hij had alles: volgelingen en succes en gezag en de macht die daaruit voortvloeide. Er werd zelfs van hem gezegd dat hij de Messias was of tenminste een grote profeet. Hij werd in staat geacht de Romeinen eruit te gooien, en mensen zagen hem in nauwe verbinding met de Eeuwige. En toen ging hij dood.

Want Jezus ging dood aan een kruis.

Zonder machtige daden ging hij dood. Zonder voor zichzelf op te komen. Zonder fiere afscheidswoorden. En daar gaf hij de geest. Zo’n kruis: een ontluisterende dood. Je deed er even over te sterven: een ‘ereplek’ gereserveerd voor criminelen en opstandelingen. Je moest wel een loser zijn als je zulke hoge pretenties had, als er zoveel over je werd beweerd en je ging op die manier dood.

Christenen zijn losers

“Alexamenos aanbidt zijn god”, staat er bij deze inscriptie van een man die een mens met ezelskop aan een kruis aanbidt. Zo werd er aan het begin van de 3e eeuw over christenen gedacht in het Romeinse wereldrijk. Je moest wel een loser zijn om je met dat godsbeeld in te laten. Nee dan de Romeinse goden. Machtig, krachtig, tot wonderen in staat: zij hadden de Romeinen hun wereldmacht gebracht. En wat hadden de christenen? Een schlemiel.

Jezus is een baas

Toen het christendom rijksgodsdienst werd, en dus wereldgodsdienst, veranderde het snel hoor. Jezus wordt niet meer afgebeeld als gekruisigde ezel, maar krijgt het aanzien van de keizer. Pantokrator wordt hij: ‘de heerser-over-alles.’

Jezus is een loser Florence 1300

Jezus is een held

Ook al werd in de late middeleeuwen het lijden van Jezus weer belangrijk in de kunst en in het geloofsleven, helemaal vrij van het koninklijke is hij ook in onze beleving niet gekomen. Getuige de reactie van het gelovige jongetje. Want Jezus moet vooral een held zijn. Dat doodgaan is zo ongemakkelijk. Dat lijden is iets waarin fanaten zwelgen. Opstanding (hoe onbegrijpelijk misschien ook), dat is wat we willen. Dat lijden is niet om aan te zien.

De dood laat je je een loser voelen. Lees hier.

Liever geen lijden

Zo wordt de opstanding een feest dat ons het lijden doet vergeten. Zoals de hemelse heerlijkheid soms wel tegenover het aardse tranendal wordt gezet. Zijn opstanding geeft de doorslag: Jezus Leeft! In middeleeuwse afbeeldingen kom je Jezus als opgestane zelfs tegen met een overwinningsvaandel in de hand.

Maar laten we het lijden niet vergeten

Dat zeg ik niet met de toon van een hel-en-verdoemenisprediker, en ook niet met quasi-diepzinnige vroomheid. Ik zeg het omwille van de losers die onder ons wonen. De schlemielen, de achtergestelden, zij die het niet gemaakt hebben. Met hen identificeert Jezus zich aan het kruis.

God houdt van losers

Zijn lijden gaat niet alleen over hoe hij ‘lichamelijk lijden kent’ (een gedachte die zieken en stervenden soms kan troosten), en niet alleen over hoe hij ‘de zonde droeg’ (men weet dat soms te rijmen met een goede God), het gaat er ook (volgens de gedachten in dit stuk: vooral) over dat de schlemielen in het centrum van Gods aandacht staan. De evangelisten meten het lichamelijk lijden van Jezus niet breed uit: de beschrijvingen en zijn woorden zijn verwijzingen naar het Oude Testament en zijn kruisdood is een ‘vervulling’ van het project van God met mensen.

Eigenlijk leer je meer van je fouten dan van wat goed gaat!

Tot in de dood
God identificeert zich met de verschoppelingen, de mislukkelingen, tot het einde toe. Dat laat Jezus in zijn leven zien (hoeren, tollenaars, lepralijers, bedelaars – met deze losers deelt hij de maaltijd) en dus ook in zijn manier van sterven.

Jezus maakte geen fout, hij was fout
Jezus was niet iemand waarbij iets mislukte. Geen opstandeling die zijn heldenmoed na een mislukte coup met de dood moest bekopen. Jezus was geen mislukkeling, hij was een mislukking. En die mislukking is onze leraar. Daarin zien we onze God. Eerst even stilstaan bij de consequenties hiervan voor wat we belangrijk maken in ons bestaan. En dan pas verder gaan.

Pasen is voor losers
Pasen is voor losers namelijk. Het is het feest waarbij de absolute mislukking in een overwinning wordt omgedacht. Waarbij we worden uitgedaagd om de schlemiel te zien als beelddrager van God. Juist wie het donker kent, het falen: voor haar en hem wil God een plek maken aan zijn tafel. Laten wij ze in onze armen sluiten.

2 reacties

    1. Kaj

      Dankjewel Jos! Ik heb hem meteen vervangen voor een wat oudere afbeelding (1300):
      dat sluit beter aan bij de lijn van het verhaal.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *