Leid ons niet in beproeving

Overdenking bij Lucas 22:39-52  en Ester 2 en 3 (‘kom ik om dan kom ik om’)

“Bid dat jullie niet in beproeving komen.” Dat is wat Jezus zegt als hij zoals gebruikelijk met zijn leerlingen de olijfberg opgaat na het eten. Het is een ongebruikelijke avond, dat wel.

De spanning rondom Jezus loopt hoog op in de stad, en ook tussen de discipelen ontstaat onenigheid, en Jezus heeft na de maaltijd al gezegd dat Petrus zal liegen dat hij Jezus niet kent.

Als lezers weten we, dat wat zal volgen een beproeving is. Dat woord komen we eerder tegen in het levensverhaal van Jezus. Als hij na zijn doop de woestijn intrekt en daar beproefd wordt door de duivel. En we hebben het gehoord in het Onze Vader.

Ja, wij gebruiken er als we zondags het Onze Vader bidden een andere vertaling voor. Leid ons niet in verzoeking maar verlos ons van de Boze. Leid ons niet in bekoring maar verlos ons van het kwade, bidt de rooms-katholieke kerk trouwens. Verzoeking, bekoring, beproeving, allemaal woorden voor verleidingen die je van de goede weg afhouden.

Letterlijk staat er verlos ons van het kwade, maar gezien het verhaal over de beproeving van Jezus in de woestijn kun je ook, zoals we gewend zijn, de verpersoonlijking van de beproever gebruiken als vertaling: verlos ons van de kwade in plaats van het kwaad, verlos ons van de Boze.

Jezus spoort zijn leerlingen aan te bidden dat ze niet in beproeving komen. En als hij ze, nadat hij gebeden heeft, aantreft, zegt hij dat opnieuw. En daar tussenin doet hij het als het ware voor.

Dat hij bidt over de beker past in de beeldtaal van zijn geloof. In de bijbel waarmee Jezus bekend was, in het bijbelboek Jeremia, geeft God aan de profeet in een visioen een beker die hij aan de vijandige volken moet laten drinken, en in die beker zit de wijn van zijn woede. En ze moeten eruit drinken. In een van de Psalmen krijgen mensen een bittere beker te drinken, tot de bodem, als symbool voor een straf die ze helemaal moeten doorstaan.

De beker is de beproeving waarvan Jezus weet dat die hem te wachten staat. En de manier waarop hij bidt wordt door Lukas aan Jezus’ leerlingen, aan ons als voorbeeld gesteld. Laat deze beker aan mij voorbijgaan. Je mag, als je een beproeving op je af ziet komen, natuurlijk vragen of je ervan verschoond mag blijven. ‘Maar laat niet wat Ik wil, maar wat jij wilt gebeuren, God’ is wat Jezus daarna bidt. We lazen hoe Esther dit verwoordde: kom ik om, dan kom ik om.

Leid ons niet in beproeving, daar zit de gedachte achter dat God je leven leidt, dat God je toekomst vormgeeft, je in omstandigheden brengt. En dat als jou nare dingen overkomen, dat de wil van God is. Om je te beproeven, op de proef te stellen, te kijken of je op de juiste weg blijft.

Beproeving is tot op de dag van vandaag dan ook een woord dat mensen geven aan fysiek of geestelijk lijden, waarbij ze dat lijden dus niet als pech of ongeluk benoemen, maar als een test.

Er zijn in de Bijbel verhalen te vinden waarin lijden een test is. Denk vooral aan het verhaal van Job, waar God geschetst wordt als een koning in een hofhouding, die een ander lid van de hofhouding toestemming geeft Job lijden toe te brengen omdat hij er zeker van is dat zijn dienaar Job zich nooit van hem af zal keren. En Job wordt vreselijk op de proef gesteld.

Trekken we verder door de geschiedenis dan komen we de verhalen van christelijke martelaren tegen, die weigeren te offeren voor het welzijn van de keizer, ondanks de martelingen die ze moeten ondergaan. Laat deze bittere beker aan mij voorbijgaan, dat is wat ik het liefste wil, maar het gaat niet om wat ik wil maar om wat u wil, en als u het wilt drink ik hem tot en met de droesem uit.

Lijden als beproeving heeft ook buiten de christelijke traditie zijn weg gevonden. Dan is het geen beproeving van je geloof, of je trouw blijft aan je geloof dat dit de weg is waar God je op wil, maar een beproeving van je waarden, van wat je gelooft dat goed is.

Vandaag de dag lees je vaak hoe mensen een dodelijke ziekte opvatten als een beproeving, als iets waartegen ze moeten vechten. Als ze genezen, hebben ze ‘de ziekte overwonnen’ en als ze overlijden, is dat omdat ze het gevecht van zo’n sterke vijand niet konden winnen. Maar het vechten op zich is blijkbaar een belangrijke waarde.

De beeldspraak van strijden hoort misschien wel bij het idee dat je in tijden van moeilijkheden moet bewijzen wat je waard bent. Of het is een manier om met de dingen om te gaan die bij je past, dat je de regie probeert te nemen. Of het is een gevecht vanuit zorgzaamheid, om bij de anderen te kunnen blijven die je zo moeilijk kunnen missen. Of misschien wil je nog langer van het leven genieten, omdat je zo ontzettend graag leeft.

Die past niet bij iedereen trouwens, voor anderen zijn andere waarden belangrijker dan strijdbaarheid. Er zijn ook mensen die niet strijden, omdat strijden lijden is, en waarom zou je lijden toevoegen aan je leven? Kome wat komt, mee met de stroom, de natuurlijke weg gaan. Of zelf de regie mogen houden en stoppen met leven als het genoeg is, of voordat het lijden erger wordt. Ook daar spelen waarden, overtuigingen over hoe je leeft wat goed is.

Een gelovige zal vragen wat wil God, wat is goed in het licht van mijn geloven. Een niet-gelovige zal vragen wat is goed, wat past bij mij, hoe wil ik het ondergaan, zonder dat de vraag naar God daarbij opkomt. En ook mensen die geloven kunnen zich soms in het tweede perspectief beter vinden dan het eerste.

Maar hoe dan ook doet de moeite die op onze weg komt, als we tijd van leven en nadenken hebben, altijd een beroep op onze waarden, hoe doen we het, hoe gaan we hiermee om, wat vinden we belangrijk en wat niet, wie zijn we eigenlijk nu dit ons overkomt. Soms krijgen we de tijd en de ruimte om daarover na te denken en te praten.

Soms zijn die tijd en die ruimte er gewoon niet. Dan is het misschien niet zo zinvol om over een beproeving te spreken. Dan maak je van het slachtoffer een verliezer, van degene die pech heeft iemand die medeplichtig is aan diens eigen ongeluk.

Laat het dus alsjeblieft om anderen te proberen te troosten door te suggereren dat hun lijden een beproeving is. Dat is echt iets wat je voor jezelf moet uitmaken. En ook of iemand God ziet als degene die het leven leiding geeft en mensen dus in beproeving kan leiden, of iemand gelooft dat God mensen beproeft, verschilt van persoon tot persoon. Vertel dus niet aan een ander dat het Gods wil is dat die lijdt.

Sommige mensen hebben een beeld van God die geeft én helpt te dragen. Andere mensen hebben een beeld van God die geen hand in het lijden heeft, alleen in de troost. En weer andere mensen geloven in een machteloze God, die op die manier in staat is door te dringen in de woordeloze waardeloze machteloosheid van de mens.

Bid dat je niet in beproeving komt, zegt Jezus. Wij bidden in het onze vader ‘leid ons niet in beproeving maar verlos ons van het kwaad’. Je mag ook aan God vragen om het voor je op te lossen, als je er zelf tegenop ziet. Elke keer weer opnieuw. Want hé, we weten wat Petrus gaat doen straks, als ze hem in de tuin van de hogepriester herkennen als leerling van de gevangen Jezus. Hij doorstaat de beproeving niet. En toch wordt hij verlost van het kwade, want het wordt hem vergeven.

Bid dat jullie niet in beproeving komen. Of je nu gelooft in een God die leidt, ondersteunt, of zelf machteloos is, of misschien niet gelooft, ik hoop dat je verlost wordt van het kwaad. Door je er zelf aan te ontworstelen, door naast het 99% kwade ook dat ene procentje goed te omarmen, door het te laten komen zoals het komt, of door de touwtjes stevig in handen te nemen. Dat je tijd en ruimte krijgt om te ontdekken wat je waard bent, en daar trouw aan kunt zijn. Dat je tijd en ruimte krijgt om te vallen en op te staan. En te leven.