Overdenking bij Psalm 118 en Mattheüs 21
Gezegend wie komt in de naam van de HEER.
Wij zegenen u vanuit het huis van de HEER.
De HEER is God, Hij heeft ons licht gebracht.
Vier feest en ga met groene twijgen (Psalm 118)
Matteüs vertelt hoe Jezus de stad binnenrijdt, en begroet wordt met groene twijgen, door mensen die de woorden van Psalm Psalm herhalen. Gezegend wie komt in de naam van de Heer.
Die Psalm spreekt van God die licht brengt, als antwoord op een roep in nood. Als ze Jezus met die woorden begroeten, zien de mensen in het verhaal hem dus blijkbaar als een antwoord van God. De langverwachte Messias misschien, de door God beloofde koning? Mattheüs verwijst wel naar de voorspelling van een koning in de profetie van Zacharia…
Maar er is dan wel iets bijzonders aan de hand met die koning.
Want als je aan een koning denkt, hoe ziet hij of zij er dan uit? Als ik aan de vorsten van nu denk, dan zie ik iemand in een gesneden pak of een designerjurk, of een of ander gedecoreerd uniform. Die rondgereden wordt in een sober uitziende maar o zo luxe auto. En privé en ongehinderd naar hun buitenhuis vliegt.
En als ik denk aan een koning van vroeger denk ik aan een soort sprookjeskoning. Iemand met mooie kleren en een kroon of een tiara. Op een troon met een scepter. Of in een glanzend harnas op een paard, de koning was immers opperbevelhebber van het leger. Zijn generaals moesten doen wat hij besloot.
In de Bijbel komen ook koningen voor, en die hebben dan vaak een gewaad van dure stof. Fijn linnen, al dan niet geverfd met de peperdure kleurstof purper. Ze dragen een kroon, en sieraden van goud en zilver, voorzien van edelstenen.
In onze tekst uit Matteüs vanmorgen niets van dat alles. Jezus wordt dan wel toegejuicht als een koning, maar hij komt aan in de stad op een ezel. Een lastdier. Niet een dier dat veel indruk maakt.
Nee, dan een paard, dat zou je verwachten. Als je in de Bijbel leest over paarden dan zijn het altijd indrukwekkende oorlogsdieren. Denk aan de paarden en ruiters die de farao achter de Israëlieten aanstuurt, als ze Egypte ontvluchten.
Toch zijn die paarden niet alles, want na die nacht waarin het volk door de zee trekt, op de hielen gezeten door de paarden en strijdwagens, zijn alleen zij, de zwakke voetgangers, nog in leven. Het leger van de farao, de paarden en de wagens, ze spoelen in het eerste ochtendlicht aan op de oevers van de zee.
Ook de Romeinse officieren van de bezettingsmacht in Jezus’ tijd reden trouwens op paarden. Zo keken ze uit de hoogte op je neer. Paarden waren dieren voor oorlogstijd. Je zou een koning op een paard verwachten.
Maar Jezus kiest bewust voor een ander symbool. Geen paard. Geen strijdwagen. Geen leger. Gewoon een lastdier, een ezel. En toch juichen de mensen hem toe. Wat is dit voor een koning?
Niet op een paard of op een strijdwagen komt hij, hij komt niet in een legerjeep door de straten gereden en spreekt de mensen niet toe vanaf het dek van een vliegdekschip. Deze koning gedraagt zich niet als een farao, als een opperbevelhebber van een leger. Deze koning is geen oorlogsheerser die met geweld het oude regime omver komt werpen.
Hij zit op een ezel, niet hoog en geweldig, niet ver van ons af. Aanraakbaar zelfs. Hij verovert voor ons niet het land, geen wereldrijk. Het enige wat hij lijkt te willen veroveren is het hart van de mensen. Hij is een nederige koning. Een vredeskoning.
Dat klinkt allemaal prachtig natuurlijk. Kijk om je heen: op zoveel plekken is er oorlog. En voor je het weet komt het onze kant op. Via het land, door de lucht, op het water. Via het internet. Hebben de mensen het bij het verkeerde eind gehad, die hem daar in Jeruzalem binnenhaalden met de woorden van de oude Psalm?
Als je trouwens in de Bijbel leest dat een stukje uit een Psalm geciteerd wordt, moet je er altijd de hele Psalm bij lezen. Vaak onthult zich dan de diepere betekenis, de reden waarop die Psalm wordt aangehaald.
Heb je gehoord wat er in Psalm 118 geschreven stond?
Beter te schuilen bij de HEER
dan te vertrouwen op mensen.
Beter te schuilen bij de HEER
dan te vertrouwen op mannen met macht.
Als er iets waar is, ook nu in onze tijd, dan deze laatste zin. Want we zien hoe macht iets doet met mensen: zodra ze op een bepaalde positie zitten waar naar ze geluisterd wordt, en er wordt naar ze opgekeken, kunnen ze zomaar ineens overmatig zelfvertrouwen krijgen. En spreken waar geluisterd zou moeten worden, hun eigen grillen volgen in plaats van luisteren naar verstandig advies. Zij zitten er, zo voelt het, immers niet voor niets: degene die het hoogste in de boom zit, heeft er waarschijnlijk ook het meeste verstand van.
De gezonde twijfel en gezonde nederigheid voorbij, zou het zomaar kunnen dat dit soort machthebbers dat wat zij in hun eigen hart voelen opkomen, of wat ze met hun hoofd kunnen bedenken, zien als een soort kosmische waarheid die werkelijkheid moet worden.
Iedereen kent wel een voorbeeld van iemand in een organisatie waar die heeft gewerkt, en anders wel van een of andere politiek leider van vroeger of heden, die onrust of onheil veroorzaakte door een combinatie van te grote macht en te weinig nederigheid, te grote zelfverzekerdheid en te weinig twijfel.
Beter te schuilen bij de HEER
dan te vertrouwen op mannen met macht.
Jezus lijkt bewust voor nederigheid te kiezen. Hij wijst vanaf het begin van de evangelieverhalen dergelijke macht af. Ondanks wat de geschiedenis van hem gemaakt heeft, wat de kerk van eeuwen van hem gemaakt heeft, wat de cultuurchristenen en christen-nationalisten van hem maken in onze tijd – hij moet weinig hebben van ‘mannen met macht’.
Jezus kiest voor nederigheid. Hij houdt de glans en glorie verre van Zich. Hij komt niet om gediend te worden, maar om te dienen.
En juist dáárin herkennen we de ware koning. Mattheüs laat het zien door hoe de optocht is vormgegeven.
Daar in Jeruzalem lijkt het al even tot de mensen door te dringen, als ze hem toejuichen. Even zien ze: dit is de koning die we nodig hebben. Geen heerser die boven ons staat, maar een koning die naast ons loopt. Een koning die niet komt om te heersen, maar om te dienen.
En soms dringt die gedachte ook tot ons door. Midden in een wereld vol geweld, oorlog en machtsstrijd, herkennen we in Jezus een ander soort koning. Een nederige, dienende koning die niet de gewapende strijd voor ons voert, maar ons uitnodigt om mee te bouwen aan een wereld van vrede en rechtvaardigheid. Die niet het land veroveren wil, maar de harten van mensen. En zeg nu zelf: dat is toch een koning om bij te schuilen.
We zouden geen andere moeten willen.


