Het hoogtepunt van nederigheid

Overdenking Witte Donderdag
bij Johannes 13:1-20 en
Filippenzen 2:1-11

Deze Stille week volgen we Jezus op zijn weg naar Pasen. Waarbij we vandaag lezen over de voetwassing. En het is goed om te weten dat dit verhaal misschien wel het belangrijkste verhaal is in het Johannesevangelie. Jezus die alles aflegt en tot op de bodem gaat en dient tot het uiterste, is de belangrijkste episode, omdat hier niet alleen zichtbaar wordt, hoe ver God gaat in zijn liefde, maar ook op welke manier wij elkaar en de wereld lief kunnen hebben.

Jezus laat zich hier zien als een boodschapper van liefde, bij uitstek. Over die liefde wil ik het hebben, want deze liefde neemt een bijzondere, veelkleurige gedaante aan.

Het is ontstellende liefde.
Jezus weet wat er te gebeuren staat.
Hij weet dat Judas, zijn discipel en vriend, hem zal verraden.
Hij weet dat Petrus, zijn discipel en vriend, hem zal verloochenen.
Hij weet dat zijn discipelen, zijn vrienden, vol onbegrip zijn.
En toch heeft hij hun lief.
Zijn liefde voor zijn vrienden gaat tot het uiterste.

Het is overweldigende liefde.
Jezus weet wat er te gebeuren staat.
Hij weet dat de tijd gekomen is om terug te keren naar de Vader.
Hij weet dat hij op het punt staat door de wereld verworpen te worden.
En toch heeft hij de wereld lief.
Zijn liefde voor de wereld gaat tot het uiterste.

Jezus liefde, Gods liefde, gaat tot het uiterste.
Midden in een wereld vol afwijzing.
Zichtbaar wordt dat, als hij een doek om zijn middel slaat, hurkt op de grond, en de voeten van zijn leerlingen wil wassen.

Het is zelfgevende liefde.
Welke leerling wil dat nou? Dat haar de voeten worden gewassen door de bewonderde leraar? Dat is toch de wereld op zijn kop? Dat iemand die jij op een voetstuk hebt staan, zich tot het niveau van jouw voeten verlaagt? Dat is toch het laatste dat je zou willen want…
Hoe laag ga je je daardoor zelf wel niet voelen? Als je Jezus hoger acht dan je zelf ooit zult worden, en hij hurkt aan je voeten neer? Dan ben jij toch nog lager dan laag?

Petrus wijst Jezus’ zelfgevende liefde af. En ik begrijp dat wel. Die liefde tast de verhoudingen aan. En wat moet je dan, als de verhoudingen wegvallen? Waar moet je je dan nog aan vasthouden? Wat blijft er nog over van je houvast wanneer God een knecht wordt, terwijl je je een machtige Messias wenst? Wanneer Jezus door de knieën gaat als slaaf, terwijl jij je aan zijn voeten zou willen vastklampen?
Petrus verliest zijn houvast. En hij wil vasthouden, hij wil niet… loslaten.
“mijn voeten zult u niet wassen, nooit!”
Maar dan zegt Jezus: Als ik ze niet mag wassen, kun je niet bij mij horen.

Petrus wil krampachtig vasthouden, hij is bang om los te laten. Bang om de vertrouwde verhoudingen tussen leraar en leerling, tussen leider en volgeling, tussen Heer en gelovige los te laten. Hij ziet niet waar het werkelijk om gaat. Hij heeft liever dat Jezus hem de oren wast, dan de voeten. Dan is alles tenminste doorzichtig en duidelijk. Dan weet Petrus waar hij aan toe is.
Petrus is bang om los te laten, bang voor de afgrond van de onzekerheid.
Maar Jezus zegt dat loslaten nodig is om bij hem te kunnen horen. Om deel te krijgen aan de liefde. Want niet omgangsregels, gedragsregels zijn zaligmakend. Niet een denken in heer en knecht, in leraar en leerling, in hoger geplaatst en lager in rang. Niet het vasthouden van de uiterlijkheden, het decorum en formaliteiten is zaligmakend. Dat alles is slechts tijdelijk en relatief. De liefde gaat tot het uiterste en de liefde vraagt loslaten.

Tegen ouder worden zien veel mensen op. Ook oude mensen. Je wilt graag je zelfstandigheid vasthouden; je gezondheid, je maatschappelijke positie.
Maar als de jaren zich opstapelen merk je dat alles je als zand door de vingers glipt.
En dat kan je ook overkomen in andere omstandigheden, als je nog niet ouder bent.
Het “leven” ontglipt me, is het gevoel.
Je moet je gezondheid loslaten.
Je moet je zelfstandigheid loslaten.
Je moet afhankelijk worden van anderen. Ook voor het wassen van je eigen voeten. Een ander moet dat voor je doen. En dat is heel erg moeilijk.
Maar is het zo, dat met dit alles het leven je ontglipt? Dat je wegglijdt richting een afgrond van onzekerheid?

Het is vasthoudende liefde.
Jezus laat vrijwillig los. Hij stapt uit zijn rol van sterke leider en wordt de minste knecht. Hij stapt uit de hemel de wereld in en gaat dood als de minste mens. En dat alles omwille van de liefde. En hij laat zo zien dat… de liefde overwint. Want het uiterste is niet de dood. Het uiterste is de eeuwigheid.
Paasmorgen zal zichtbaar worden dat het loslaten van alles wat je vasthoudt, niet betekent dat ook Gods liefde je door de vingers glipt. Het betekent niet dat je het leven kwijtraakt. De liefde laat jou niet vallen.
“Je zult gelukkig zijn als je dit niet alleen begrijpt, maar er ook naar handelt,” zegt Jezus.
Laat los dat denken in hoog en laag, in gedragsregels en omgangsvormen, als die de liefde belemmeren.
Laat los als dat moet, zodat ruimte kan ontstaan om te ontvangen van de liefde die uit je omgeving, uit Gods wereld op je afkomt. Om te geven en te delen van die liefde.
Houd niet vast maar weet jezelf vastgehouden.
Wees voor elkaar de “minste” in het besef dat er voor de liefde geen “minste” of “meeste” bestaat.

Boodschapper van liefde.
Jezus weet dat we feilbare, onbetrouwbare, angstige mensen zijn. En toch heeft hij ons lief tot het uiterste. Dieper dan dit gaat het niet, tot op onze bodem gaat zijn liefde. Mag je loslaten wat moet, loslaten wat je belemmert ook, en merken dat Gods liefde je niet door de vingers glipt. Mag