Overdenking bij Pasen 2026
Jesaja 25:6-9
Lucas 23:54-24:12
Op een dag kwam een leerling bij zijn rabbi,
en vertelde vol trots dat hij een commentaar op de Torah had geschreven.
Hij was van plan zijn opmerkingen naast de tekst van de Torah in te kantlijn te laten drukken.
‘Ik ben alleen nog op zoek naar een titel,’ zei hij terwijl hij glom van trots.’
Zonder een moment na te denken antwoordde zijn rabbi: ‘Wat denk je van – dicht bij de waarheid?’
Een dominee was te gast in een naburig dorp en ging daar voor in de kerk.
Onder zijn gehoor was ook een collega, die was al met pensioen.
Bij de deur liepen ze elkaar mis, maar de dominee wilde toch wel graag weten wat zijn collega van de preek gevonden had. Hij besloot de dag erop even te bellen.
Na wat koetjes en kalfjes vroeg hij haar: ‘Maar wat vond je van mijn preek gisteren?’
‘Ik kan niet anders zeggen dan dat ik er de hele nacht van wakker heb gelegen!’
‘Oh, wauw, heeft mijn preek dan indruk op je gemaakt?’
‘Nee, helemaal niet. Alleen, wanneer ik overdag geslapen heb doe ik ’s nacht geen oog meer dicht.’
Zo, hiermee hebben we aan het gebruik van de Risus Paschalis voldaan, er mag weer gelachen worden na 40 dagen ingetogenheid. Ja, daar hadden jullie niet op gerekend he?
Nu is het tijd voor mijn opmerkingen in de kantlijn.
Jezus’ opstanding is iets waar zijn vrouwelijke volgelingen absoluut niet op hadden gerekend. Als Jezus’ lichaam vlak voordat de verplichte sabbatsrust intreedt, net op tijd dus, haastig in doeken is gewikkeld en in een rotsgraf is gelegd, bereiden de vrouwen zich voor om na de sabbat terug te gaan met geurige olie. Dat zal het echte definitieve afscheid zijn, de begrafenis zeg maar.
Met windsels, balsem en olie werd in die tijd het lichaam als het ware voorbereid op de opstanding van de doden die ooit zou plaatsvinden. Symbolisch was dat, het was geen balsem die was bedoeld om het lichaam te conserveren. Het was overigens ook in andere culturen van die tijd gewoon om een lichaam te balsemen, bij de Romeinen werd dat bij rijke mensen ook gedaan.
De begrafenisrituelen moesten op de dag van overlijden worden uitgevoerd, alleen als er een heilige dag was mochten ze worden uitgesteld.
De sabbat is op zaterdagavond zonsondergang afgelopen, maar in het donker ga je niet naar een graf. En daarom gaan de vrouwen meteen op weg bij het ochtendgloren van de nieuwe dag.
Ze verwachten het graf aan te treffen zoals ze het die vrijdag laat in de middag hebben achtergelaten. Afgesloten met een steen. In het evangelie van Marcus kun je lezen hoe de vrouwen zich onderweg afvragen wie de zware steen voor hen moet wegrollen. Maar Lucas slaat dat over. Hij vertelt dat de steen is weggerold zodra ze er aankomen.
Wat zou jij denken als je dat zou meemaken? Misschien zou de schok wel zo groot zijn, dat je even niet wist wat je moest denken. En dan zou je in het graf kijken of het leeg was. En als dat zo was, zou je weer naar buiten gaan en rond het graf kijken. En je zou je beginnen af te vragen wat er in hemelsnaam gebeurd was.
Maar zo ver komt het niet. Ze zien dat de steen is weggerold, kijken in het graf en zien het lichaam van de Heer Jezus niet, vertelt Lucas. Het is trouwens de eerste keer dat Lucas “de Heer Jezus” gebruikt, hij gebruikt het niet tijdens zijn levensverhaal van Jezus maar voor het eerst als hij het heeft over de opgestane Jezus. Lucas hint hier dus al op wat er is gebeurd, en dat is logisch, want de mensen voor wie hij schrijft weten dat ook al. Wij weten dat ook al. Zonder opstandingsverhaal waren er ook geen christenen geweest. De vrouwen in het verhaal weten dat echter nog niet.
Ze wisten zich geen raad, staat er. Nou, daar kan ik me wat bij voorstellen. En dan staan er die twee mannen in stralende gewaden bij hen. Is het een visioen, een droomgezicht? De ervaring is in ieder geval zo overweldigend dat ze hevig schrikken en niet naar de figuren in hun gewaden durven te kijken, ze buigen het hoofd.
Ze buigen het hoofd. Wij kennen het verhaal al, en dat maakt dat we vaak minder goed lezen of luisteren. Dit soort belangrijke details, dat ze schrikken en wegkijken, merken we dan eigenlijk niet op. Heer Jezus is ook zoiets: we kennen die combinatie zo goed dat we niet registreren dat het vandaag voor het eerst is dat hij zo wordt aangeduid.
Het zijn belangrijke details die aangeven dat Lucas goed heeft nagedacht hoe hij het opstandingsverhaal wil vertellen. Lucas benadrukt ermee dat die gebeurtenis daar bij het graf meer is dan een plaatselijke ervaring op een zondagmorgen, hij maakt er een godservaring van, in lijn met de oude verhalen. Denk aan de ontmoeting van Mozes en God bij de braamstruik waar de naam Heer voor God wordt gebruikt. Denk ook aan de ontmoeting van Elia met God op de berg, toen in het suizen van een zachte stilte de Heer voorbijkwam, en Elia zijn gezicht in zijn handen verborg.
De ervaring daar bij het lege graf krijgt via deze details de kenmerken van een visioen, een godservaring, zoals de Bijbel ze vaker beschrijft.
Elia bedekte zijn gezicht en toen begon God tegen hem te spreken. De vrouwen buigen hun hoofd en dan spreken de twee mannen in stralend witte kleren tegen hen. Waarom zoeken jullie de levende bij de doden? Hij is niet hier, hij is uit de dood opgewekt. Gedenk wat hij jullie gezegd heeft toen hij nog in Galilea was.
Weten jullie nog van dat verhaal van de verheerlijking op de berg? Jezus gaat met een paar leerlingen een berg op en daar krijgen ze een visioen, Jezus verandert van gedaante en krijgt stralend witte kleren en spreekt met Mozes en Elia, en dan spreekt God ineens tot de leerlingen en zegt: dit is mijn geliefde zoon, luister naar hem! En dan is het visioen over.
Eerst de ervaring van het overweldigende visioen, en dan de woorden van God met een belangrijke boodschap. Luister naar hem, klonk daar op de berg toen hij nog in hun midden was. En nu: gedenk wat hij heeft gezegd. Goed, het is met herinneren vertaald maar het is meer dan herinneren, het Griekse woord betekent erbij stilstaan, de woorden horen en ze overwegen in je hart.
En dan is het belangrijkste blijkbaar verteld. Het doel van de boodschappers is bereikt, de vrouwen herinneren het zich. Er staat niet geschreven waar de mannen in witte kleren blijven, of ze nog afscheid van elkaar nemen, of de vrouwen nog na staan te bibberen, hoe ze zich voelen, wat ze tegen elkaar zeggen. Nee… dat doet er blijkbaar allemaal niet meer toe dus die details laat Lucas achterwege.
Want meer staat er niet dan dat ze terugkeren naar de andere volgelingen van Jezus om te vertellen wat er is gebeurd. Het gaat van visioen, van de ervaring, naar het begrijpen van die ervaring met behulp van bijbelverhalen, naar de boodschap om je te verdiepen in wat Jezus heeft gezegd en gedaan. En dan dus daarvan te getuigen.
Eigenlijk is daarmee in een notendop de geschiedenis van onze kerk beschreven. Wij doen niet anders. Wij zijn een beweging van heel gewone mensen die geraakt zijn door iets bijzonders, of misschien zoeken naar zo’n ervaring. Dat doen we hier, waar we die ervaring proberen te rijmen met het verhaal van God en mensen. En voor hoe je dat dan doet met die woorden in je leven als mens tussen de mensen, wenden we ons steeds weer tot de verhalen van Jezus, die op die manier het levende Woord wordt.
We horen hoe de mannen het getuigenis van de vrouwen afdoen als kletspraat. Tot Petrus naar het graf gaat en de windsels ziet liggen, dan begint hij het ook te geloven. Een lichaam dat je weghaalt til je weg met windsels en al, die wikkel je er niet eerst af. Het is in de christelijke traditie dan ook belangrijk dat Jezus’ opstanding niet alleen iets geestelijks is, maar ook fysiek. God wil leven voor de hele mens.
Maar ja, kletspraat dus. Kritisch commentaar op de neiging het oordeelsvermogen van vrouwen in twijfel te trekken is het zeker. Maar het is ook een voorbereiding op de reactie die je kunt krijgen als je vertelt wat je heeft geraakt en in beweging gezet.
Dus hier zitten we dan bij elkaar. Mensen geraakt, of met een intuïtie dat er in de oude verhalen en de rituelen van de kerk iets is wat ons raken kan. Met onze kletspraat over geloof, hoop en liefde. Over vrede en rechtvaardigheid. Over leven aan de dood voorbij. Maar wij weten wel beter. En al geloven we het nog niet, we blijven het herhalen. Getuigen tot we er zelf in geloven, getuigen tot het getuigenis de wereld verandert. Zoals het getuigenis van de vrouwen de wereld heeft veranderd.
Voor altijd doet Hij de dood teniet.
God, de HEER, wist de tranen van elk gezicht,
Op die dag zal men zeggen: ‘Hij is onze God!
Hij was onze hoop: Hij zou ons redden.
Hij is de HEER, Hij was onze hoop.
Juich en wees blij: Hij heeft ons gered!’
Haha. Halleluja. Amen.


