Wat is cognitieve dissonantie? – heldere uitleg en het verband met zelfrechtvaardiging

Cognitieve dissonantie en zelfrechtvaardiging

Cognitieve dissonantie is de onbewuste spanning die optreedt wanneer we iets doen waarvan we eigenlijk vinden dat het niet bij ons past. Om die spanning op te lossen, cognitieve dissonantie-reductie*, passen we ons verhaal aan. Waardoor we plotseling vinden dat wat we gedaan hebben eigenlijk wel bij ons past. Of niet zo erg is, want er was een goede reden voor. Kortom: alles om het idee dat we een ‘harmonieus en samenhangend’ persoontje zijn, overeind te houden. Dat laatste kun je ook wel ‘zelfrechtvaardiging’ noemen. Lees daarom dit tweeluik over Cognitieve Dissonantie en Zelfrechtvaardiging. Met uitleg van wat cognitieve dissonantie is, en met voorbeelden van cognitieve dissonantie.

When Prophecy Fails

De aarde zou in een vloedgolf verdwijnen. Maar een groep uitverkorenen in Detroit zou per U.F.O. veilig worden weggevoerd naar de planeet Clarion. Deze gebeurtenis vormt het onderwerp van het onderzoek dat Leon Festinger in 1964 publiceerde onder de titel ‘When Prophecy Fails’ (Ebook). In zijn verslag introduceert Festinger het begrip ‘cognitieve dissonantie’ voor een theorie die tot op de dag van vandaag helpt om allerlei onverwacht gedrag van mensen te verklaren.

De UFO die niet kwam

Toen ze niet werden meegenomen in de langverwachte nacht, vielen ze niet van hun geloof. Dat had Festinger al voorspeld: hun geloof in het bestaan van de UFO’s en de waarheid van hun overtuigingen zou alleen maar sterker worden. Inderdaad: jubelend trokken de gelovigen de straat op, omdat dankzij hun toewijding (ze hadden van alles opgegeven om het de aliens naar de zin te maken) de aarde gespaard was gebleven.

Wat hier gebeurde? Toen de feiten niet klopten met de overtuigingen die ze vooraf hadden, pasten de gelovigen liever hun verhaal aan, dan conclusies aan de feiten te verbinden. Onbewust kozen ze voor deze uitweg die hun manier van denken over zichzelf als ‘gezonde verstandige mensen’ het minst bedreigde. De spanning van het ‘niet kloppen’ noemde Festinger ‘cognitieve dissonantie’

Dissonant: spanning in je lijf

De term dissonantie ontleende Festinger aan de muziek. Dis-sonant betekent ‘wanklank’, en dat is een toon die niet op een mooie manier past bij de andere tonen die op dat moment te horen zijn. De tonen zijn op zichzelf prima, maar bij elkaar passen ze niet. Je hoort het in dit filmpje goed het verschil tussen tonen die bij elkaar passen (consonant zijn, samen-klinkend) en tonen die dissonant zijn.

De afwisseling van dissonante en consonante klanken is een van de middelen waarmee muziek gevoel kan overdragen: je voelt het verschil in je lijf. Dit liedje van The Beatles begint bijvoorbeeld met een dissonant gevolgd door een mooi klinkend akkoord.

Dissonantie (‘het dissonant zijn’) roept spanning op, een gevoel van ongemak. Bij cognitieve dissonantie is er in plaats van spanning tussen ‘tonen’ spanning tussen ‘cognities’.

Cognitie: het plaatje in je hoofd

Letterlijk betekent het woord cognitie zoiets als ‘kennis’ of ‘inzicht’. Festinger maakte de betekenis wat breder. Voor hem zijn  je overtuigingen, waarden en ideëen over jezelf en de wereld om je heen, allemaal cognities. Ook wat je spontaan doet komt als ‘plaatje’ in je hoofd terecht. Je cognities zijn er gewoon, je bent je daar niet van bewust.

Ook al weten we als mensen dat we ‘een vat vol tegenstellingen’ zijn, toch hebben we ten diepste het beeld van onszelf als een logisch samenhangende eenheid. Als we onszelf omschrijven doen we dat in termen die bij elkaar passen, die op elkaar aansluiten en elkaar niet tegenspreken. We zullen nooit zeggen dat we vrijgevig en gierig zijn, bijvoorbeeld. Dat zou inconsistent zijn. Die twee plaatjes passen niet bij elkaar, en de tegenstrijdigheid past niet bij het plaatje van onszelf.

Het opsporen van Cognitieve Dissonantie

Volgens Leon Festinger worden we als mensen toch steeds weer geconfronteerd met tegenstrijdigheden over onszelf. We krijgen nieuwe informatie die niet klopt met onze overtuigingen, waarden of ideeën. Of we doen iets dat daarmee niet strookt. Op zich kloppen beide cognities, zoals de losse tonen in een harmonie. Maar samen wringen ze en geven een ongemakkelijk gevoel. Meestal zijn we ons dat niet bewust. Dat heet cognitieve dissonantie.

In het dagelijks leven kun je cognitieve dissonantie op het spoor komen door de vreemde manier waarop die wordt opgelost: door het negeren van de feiten in het verhaal dat je jezelf over die feiten vertelt. Dit heet cognitieve dissonantie-reductie.

Liever je verhaal aanpassen dan je zelfbeeld

De UFO-gelovigen trokken geen conclusies uit het feit dat hun verwachting niet was uitgekomen. Ze hadden er enorm naartoe geleefd. Hun bezittingen verkocht. Alles van metaal verwijderd uit hun omgeving (want dat moest). In de nacht dat ze zouden meegenomen verwijderde een van de aanwezigen zelfs nog snel zijn vullingen (kwik), toen het toch wel erg lang duurde. Toen de zon opkwam kreeg de leidster plotseling de boodschap van de Aliens: “jullie hebben de wereld voor de ondergang behoed!” Deze boodschap was uiteraard beter te pruimen dan “jullie zijn gek”. Liever je verhaal veranderen dan je zelfbeeld aantasten.

Overigens geloofde de echtgenoot van de profetes er niets van. In de nacht dat ze met haar volgelingen zou worden meegevoerd door de aliens, ging hij gewoon naar bed.

(lees verder over het onderzoek van Festinger naar de UFO-cultus (engels))

Een oeroud voorbeeld van cognitieve dissonantie-reductie: de vos en de druiven

Er is een oeroude fabel die vaak gebruikt wordt om cognitieve dissonantie te illustreren: ‘de hongerige vos’ van Aesopus. Ik deel hem graag met je, en probeer daarna de tegenstrijdige cognities te achterhalen.

Een hongerige vos zag een fraaie tros druiven hangen aan een lange wijnstok.
‘Die zien er lekker rijp uit,’ dacht de vos.
Hij ging op zijn twee poten staan om de druiven te grijpen,
maar de tros hing te hoog.
De vos nam een aanloopje en sprong hoog in de lucht,
maar nog kon hij de tros niet bereiken.
Wat de vos ook probeerde, het lukte hem niet de druiven te pakken.
Dus gaf hij op. De vos keerde zich om met de neus in de lucht en liep weg alsof het hem niks kon schelen. ‘Ik dacht dat die druiven rijp waren,’ zei hij tegen zichzelf, ‘maar nu zie ik dat ze toch zuur zijn.’
 Aesopus (ca. 600 voor Christus)

Hoge dunk van jezelf overeind houden

Het is voor de vos makkelijker om zijn mening over de druiven aan te passen, dan de spanning van tegenstrijdige cognities uit te houden.

  1. ik heb trek in druiven
  2. deze druiven zien er zoet uit
  3. ik kan goed druiven plukken
  4. ik ben een doorzetter
  5. ik kan deze druiven niet plukken
  6. ik geef op

Blijkbaar heeft de vos een redelijk hoge dunk van zichzelf… Om cognitie 1, 3 en 4, onderdeel van zijn positieve zelfbeeld, overeind te houden, relativeert hij cognitie 5 en 6. Hij doet dat door de druiven zuur te verklaren: ze waren de moeite niet waard, anders had hij zich wel echt ingespannen en ze te pakken gekregen. Deze vorm van cognitieve dissonantie-reductie kom je bij mensen met een hoog zelfbeeld én bij mensen met een laag zelfbeeld tegen trouwens. Als ze succes hebben, ligt dat bij mensen met een laag zelfbeeld vaak aan anderen: ze onderschatten hun eigen inbreng. En als iemand met een hoge dunk van zichzelf faalt, dan ligt dat natuurlijk niet helemaal aan hem.

Een tweede voorbeeld van cognitieve dissonantie: Ik ben een goed mens

In de voetgangerstunnel zit een bedelaar tegen de muur, met een bakje aan zijn voeten. Hij houdt een papiertje vast met ‘dakloos’ erop. Het is duidelijk dat hij geld verwacht: er ligt al wat kleingeld in het bakje. Wat doe je als hem ziet zitten? Geef je wat kleingeld, of niet? Er wordt een beroep gedaan op je hulpvaardigheid. En jij bent een hulpvaardig, empathisch mens. Kun je nog doorlopen zonder iets van het losse geld te geven dat je in je portemonnee hebt?

Wat denk je?

Ja natuurlijk kan dat. Maar het lukt niet zonder slag of stoot. Niet zonder gedachten die in je opkomen. Je zult bijvoorbeeld moeten denken ‘ik heb hem vorige keer ook al geld gegeven’. Of: ‘bedelen hoeft niet in Nederland’. Of: ‘hij ziet eruit als een junkie, ik wil zijn gebruik niet sponsoren’.

Wringende cognities

Er zijn in dit voorbeeld drie cognities die met elkaar wringen:
1- je bent een hulpvaardig mens,
2- er wordt een beroep op je hulpvaardigheid gedaan,
3- je helpt niet.

Onbewust los je de spanning op door gedachten te krijgen die cognitie 2 veranderen (de bedelaar die een beroep doet op je hulpvaardigheid), waardoor je actie (doorlopen zonder te geven, cognitie 3) weer harmonieert met je zelfbeeld (hulpvaardig, cognitie 1). Dankzij die gedachten kun je zonder te geven met jezelf blijven leven.

Klopt mijn reactie wel met de feiten?

Als je je gedachten kritisch onder de loep neemt, blijkt echter dat er sprake is van cognitieve dissonantie. Cognitieve dissonantie kun je alleen op het spoor komen doordat de gedachten of daden waarmee je op een situatie reageert, niet overeenkomen met de feiten.

Dat je überhaupt dergelijke gedachten hebt, en niet onaangedaan blijft, is al een teken dat er cognitieve dissonantie in het spel was. De gedachte ‘ik heb hem vorige keer ook al geld gegeven’ is feitelijk geen reden om het niet vandaag opnieuw te doen. Bedelen hoeft niet in Nederland, misschien, maar je weet niet waarom deze persoon daar zit. En op grond van uiterlijk bepalen dat iemand een junkie is… is dat een goede reden om geen geld te geven?

Zelfrechtvaardiging: Zie je wel: het zijn beesten!

Cognitieve dissonantie-reductie draait om zelfrechtvaardiging. Zelfrechtvaardiging is een onbewust mechanisme waarmee we ons zelfbeeld overeind houden. En daar gaan we heel ver in! We willen onszelf namelijk wel goede en verstandige mensen blijven vinden. Ook al hebben we dan iets gezegd of gedaan dat slecht of onverstandig was.

Voordeel hiervan? We kunnen ‘s nachts lekker slapen. Maar nadelen zijn er ook. We komen bijvoorbeeld niet toe aan het herstel van relaties. Want hé, wij hebben toch niet zoveel fout gedaan? En soms gaan we over lijken.

Feiten verdraaien, idealen afzwakken

Carol Tavris en Elliot Aronson concluderen in hun aanstekelijke boek Mistakes were made (but not by me) dat cognitieve dissonantie meestal wordt opgelost, door de feiten zo te interpreteren dat ons zelfbeeld overeind blijft. Wij zien onszelf als goede, redelijke, verstandige, coherente mensen. Als we iets doen dat strijdig is met ons zelfbeeld, bijvoorbeeld het verloochenen van een ideaal, dan zullen we eerder dat ideaal afzwakken dan ons zelfbeeld te dimmen. Zo doen we aan zelfrechtvaardiging, en verzetten ons tegen zelfverloochening.

Zelfrechtvaardiging gaat onbewust

Zelfrechtvaardiging is een onbewust proces. Je overtuigt jezelf ervan dat je aan de goede kant staat. Dan is het soms nodig om je eigen fouten, en je verkeerde besluiten, te minimaliseren. Ook moet je je eigen morele uitglijders meer relativeren dan die van anderen. Zelfrechtvaardiging maakt ons bovendien minder gevoelig voor de discrepantie tussen onze morele overtuigingen en onze daden.

Ons geheugen bedriegt ons

Helaas is zelfrechtvaardiging een onbewust proces. Ons geheugen bedriegt ons, het is een ‘onbetrouwbare historicus’. Als we een herinnering ophalen, wordt die ingekleurd en aangepast door een egocentrisch vooroordeel. De scherpe kantjes worden eraf gehaald, onze eigen bijdrage aan de ellende gereduceerd. Zodra we die herinnering hebben, gaan we er meer en meer in geloven: het wordt onze waarheid.

Onze waarneming bedriegt ons

Zo sterk is de zelfrechtvaardiging, dat we de feiten niet kunnen waarnemen los van onze eigen interpretatie.

“Ik heb nooit van je gehouden!” Valt jou ook op dat mensen dit alleen zeggen als de relatie op een nare manier geëindigd is?

Zelfrechtvaardiging is gezond

Een zekere mate van eigenliefde hoort bij psychisch gezonde mensen: dit zorgt dat we in onszelf investeren. We hebben het nodig om onszelf als samenhangende eenheid te ervaren, met een illusie van redelijke controle over ons eigen (innerlijke) leven: het alternatief is een verlammende angst. We hebben zelfrechtvaardiging nodig. Zo zeer nodig, dat het een onbewust proces is.

Een goed gevoel over jezelf

Voordeel hiervan? We kunnen ’s nachts slapen zonder onszelf te kwellen met schaamtegevoel en spijt, zonder in twijfel te malen over onze besluiten. We kunnen activiteiten in de wereld ontplooien omdat we ons goed voelen over onszelf.

Nadelen van zelfrechtvaardiging

Er kleven grote nadelen aan ons onbewuste proces van zelfrechtvaardiging. Omdat we de feiten geweld aandoen, en onze verhouding tot andere mensen.

Zelfrechtvaardiging speelt ook een grote rol bij polarisatie.

Verdraaide waarheid

– Omdat we onze fouten niet eens zien, komen we aan herstel niet toe.
– Onze perceptie van de werkelijkheid wordt verstoord, waardoor we informatie niet neutraal waarnemen.
– De kloof tussen mensen, partners, staten wordt ongewild vergroot.
– Ongezonde gewoontes zijn lastig los te laten.
– Schuldigen vermijden het om verantwoording te nemen.
– Professionals deinzen ervoor terug om een achterhaalde houding bij te stellen
tot schade van de mensen voor wie zij zich inzetten

Zelfrechtvaardiging en misdaad

Tavris en Aronson citeren een figuur uit een roman van Tolstoj, die op de vraag ‘Waarom haat je hem zo?’ antwoordt:

‘Ik heb hem een rotstreek geleverd, en sindsdien ben ik hem gaan haten.’

Als we iets slechts doen, iets dat niet overeenkomt met onze morele overtuigingen, erkennen we dat niet door te bekennen dat we in staat zijn tot slechte dingen. Veel eerder rechtvaardigen we onszelf, door degene die lijdt onder onze daden aan te wijzen als veroorzaker.

Verkracht? Ze vroeg erom!

‘U zegt wel dat het verkrachting was, maar ze vroeg erom met haar uitdagende kleding. Ik heb haar trouwens geen nee horen zeggen.’
– ‘Dat kon ze niet zeggen want u had haar gedrogeerd.’
‘Tja, als iemand zo slecht op haar drankje let, dan nodigt ze je eigenlijk uit om er drugs in te stoppen.’

Het zijn ook gewoon beesten

Krijgsgevangenen werden in de Tweede Wereldoorlog opgesloten binnen een omheining. Zonder beschutting, zonder eten. Als er een homp brood over het hek werd gegooid, vochten ze erom als honden. De ene bewaker stootte de ander aan en zei: ‘Zie je wel wat voor beesten het zijn?’

Abu Graib

In “onze tijd” kent iedereen de foto’s die door bewakers gemaakt werden in de Abu Graib-gevangenis. Ze lijken hun behandeling Zie je wel: het zijn geen mensen.

En wat kun je eraan doen? Even STOP roepen!

Zelfrechtvaardiging is gezond. En cognitieve dissonantie-reductie is een onbewust proces. Zelfs als je weet dat het gebeurt, gebeurt het nog. Wat kun je eraan doen? In ieder geval kun je, zodra je dat unheimische gevoel waarneemt van spanning in jezelf, even STOP roepen. Even pauzeren. Even afstand nemen, en je niet mee laten slepen. Bij twijfel niet inhalen. En stilstaan bij de vraag: wat wil ik nu echt? En wat heb ik te verliezen?

* Het is populair om iemand anders van ‘cognitieve dissonantie’ te beschuldigen. Hierboven lees je dat dat niet klopt: wat je uiteindelijk bij een ander ziet gebeuren is een voorbeeld van ‘cognitieve dissonantie-reductie’ of zelfrechtvaardiging.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *