Overweging bij Johannes 1:1-14 (en Lucas 2)
Kerstmorgen 2025
Als ik je zou vragen om nu terug te vertellen wat we net lazen uit Johannes 1, wat zou je dan terug kunnen halen? In het begin was het woord? Hooguit misschien ‘en het woord is mens geworden’ eraan toegevoegd?
Johannes 1 is het begin van Johannes’ levensbeschrijving van Jezus. Zoals het gedeelte uit Lukas aan het begin van diens levensbeschrijving staat. Het zijn allebei geen op zichzelf staande verhalen, ze zijn allebei maar het begin.
De verschillen vallen wel op. Waar Lukas aan de hand van een bijzonder geboorteverhaal laat zien dat in Jezus God op aarde geboren wordt, is er bij Johannes weinig verhalends aan. Het is een soort gedicht, op het eerste gezicht zelfs wat cryptisch.
Je moet het waarschijnlijk lezen alsof het een lied is aan het begin van een klassiek toneelstuk, de proloog heet dat. Daarin wordt alvast door het koor samengevat wat we zometeen te zien zullen krijgen, waar het over gaat.
Shakespeare doet dat ook in zijn beroemde Romeo en Julia:
Bij twee geslachten, beî vol waardigheid,
In schoon Verona, waar dit spel zal zijn,
Breekt oude grief in nieuwe gramschap uit
En burgerbloed maakt burgerhand onrein.
Uit dezer vijanden fatale schoot
Een liefdespaar, dat ’t lot geen kansen gaf,
Ontspruit; en eerst hun ongelukzâalge dood
Begraaft ook de oudertwist in ’t eigen graf.
[…]
Luistert dan thans met een aandachtig oor,
Wij spelen ’t u zo goed wij kunnen voor.
Hoor je dat, het hele plot wordt al verteld in de proloog!
Johannes doet dat ook. Waar Lucas via het verhaal laat oplichten wie dat kind in de kribbe eigenlijk is, als clue voor waar de volwassen Jezus voor staat, schrijft Johannes de hele samenvatting van diens leven al op.
Dat doet hij in ingewikkelde taal. Hij zegt niet gewoon dat God mens geworden is, en zich dus heeft laten zien in Jezus, in zijn leven, in zijn lijden en dood.
Had hij kunnen doen, maar Johannes heeft het over het Woord. We schrijven het in onze vertaling voor het gemak maar met de hoofdletter W, omdat het meer betekent dan zomaar een woord. En door zijn inleiding op het leven van Jezus zo vorm te geven, geeft Johannes aan, dat het in dat leven van Jezus dat hij zal beschrijven, zal gaan over meer dan dat leven zelf.
Op grond van het kerstverhaal, dat redelijk feitelijk beschreven is, zou Lucas zijn biografie van Jezus nu nog kunnen worden gezien als een verhaalt over iemand lang geleden. Maar de proloog van Johannes legt een relatie tussen dat leven van die Jezus en de hele kosmos. Onze kosmos, de ruimtetijd waarin wij leven. Dat betekent dat je als lezer vanaf het begin beseft dat dit ook over jou gaat. Je bent geen publiek, je speelt mee in het verhaal.
Ik kan dat laten zien door het verband aan te wijzen tussen Johannes en het scheppingsverhaal waarmee de Bijbel begint. Kijk, wij geloven meestal niet meer dat de aarde in zes dagen geschapen zou zijn, maar het woord schepping daar kunnen we nog steeds wel iets mee: het zegt iets over de relatie tussen God en de wereld.
De proloog van Johannes begint met de woorden: In het begin was het Woord. En daarmee roept hij direct een associatie met het scheppingsverhaal op. Dat is trouwens typisch iets voor grote schrijvers om te doen, door een beeld of door een woord of begrip laten zij als het ware tussen de regels een ander verhaal meeklinken in het verhaal dat voor je ligt. In Romeo en Julia wordt door Shakespeare bijvoorbeeld wel 25 keer verwezen naar de oude Griekse en Romeinse verhalen.
Johannes begint er mee, door te beginnen met de woorden ‘In het begin’. ‘In het begin’ zijn ook de eerste woorden van de Bijbel. In den beginne. Beresjiet bara elohiem et hasjamaiem we-et ha-aretz. “In het begin schiep God de hemel en de aarde.” In dat begin was het Woord. En meteen wordt zo het levensverhaal van Jezus verbonden met het oerbegin waarin God alleen God was, maar niemands God want er was nog niets.
Nog voordat het leven vaste vorm kreeg in sterren, planten, dieren, was het Woord. Er staat niet waar het woord was. Dat zou ook onzinnig zijn als je je het oerbegin voorstelt als een leegte, dan is er per definitie geen ruimte en geen tijd. Er staat alleen dat het Woord bij God was, en God was.
In het begin was het Woord. Wat is dat woord eigenlijk? ho Loogos staat er in het Grieks. Dat kun je vertalen met woord, maar ook met “het spreken.” In het begin was het spreken.
God spreekt zeven keer in het scheppingsverhaal. En zijn woorden worden de werkelijkheid zoals wij die kennen. God zegt “er moet licht komen” en er is licht. God zegt “Overal op aarde moet jong groen ontkiemen.” En zo gebeurt het, et cetera. Scheppen is spreken, spreken is scheppen. In het woord van God zit scheppende kracht.
Dat woord is mens geworden, staat er. Dat gaat over Jezus, dat weten we als we verder lezen. Jezus is de hoofdpersoon van het verhaal dat volgt. Maar het Woord dat mens wordt, wat moet je je daarbij voorstellen?
Is de scheppende kracht van God mens geworden? Dat betekent niets minder dan dat het goddelijke in een eindig en beperkt mensenlichaam terechtkomt. Denk maar aan dat kleine kwetsbare kind in de kribbe bij Lucas. Of denk aan die gebroken man aan het kruis. Zo kwetsbaar en breekbaar maakt het Woord zich als het mens wordt.
Dat is nieuw, dat kwam in de Bijbel nog niet eerder voor, het is zelfs in de wereldliteratuur ongekend tot dat moment. En toch rijmt ook dit op het scheppingsverhaal.
Want God had alleen God kunnen blijven. Die had niet hoeven scheppen toch? Maar als God in het Genesisverhaal de hemel en de aarde schept, wordt God plotseling de God van hemel en aarde, en van alles wat daarin is. Van dieren en planten en mensen, maan en sterren.
Waarom zou je dat als God in hemelsnaam doen? Dan maak je jezelf toch kwetsbaarder dan toen je in je eentje was? Onze ouders zullen zich trouwens hetzelfde wel eens hebben afgevraagd, waarom hebben we in hemelsnaam kinderen gekregen? Het hoort blijkbaar bij de God van de Bijbel om zich te willen uitdrukken, en zich te willen verbinden, met alle consequenties van dien.
God drukt zich uit in zijn woord en zie, de schepping waarmee hij een verbond aan gaat. En de proloog van Johannes verhaalt dat God zich opnieuw uitdrukt in zijn woord en zie, de mens Jezus die laat zien hoe dat verbond tussen God en mensen kan leiden tot het goede leven voor iedereen op aarde.
Ik wil nog een ding verkennen. Dat Woord, ho Loogos, betekent heel veel in Johannes inleiding. Daarom schrijven we het met een hoofdletter. Maar ondertussen is het natuurlijk ook gewoon het woord ‘woord’. Zou het dus ook andersom zo zijn, dat niet alleen het woord mens wordt en daarin zichzelf beperkt, maar ook dat gewone woorden meer kracht hebben dan we denken? Dat gewone mensenwoorden iets van scheppende kracht in zich dragen?
Ik weet nog dat een meisje uit mijn klas vreselijk gepest werd. Ze werd uitgescholden omdat haar moeder nogal dik was, en zelf had ze ook een buikje. Nou ja, dat was natuurlijk een heel willekeurig kenmerk, als een groep negatief geladen is vinden ze altijd wel iets om hun pestgedrag te rechtvaardigen.
Dat meisje zei ooit tegen mij (ik werd ook gepest): “schelden doet geen zeer, slaan des te meer.” Dat neemt niet weg dat zij regelmatig midden op een schooldag verdrietig naar huis liep. En iedereen die met pesterijen te maken heeft gehad, of nog steeds, want ook op werkplekken en in zorginstellingen komt het voor, weet dat woorden kunnen snijden als een mes.
Wie de juiste woorden gebruikt, en ze maar vaak genoeg herhaalt, kan ervoor zorgen dat het beeld dat een ander van zichzelf heeft vervormt, beschadigd raakt. Woorden kunnen op die manier het beeld dat je van een hele groep mensen hebt, beschadigen. Politici lijken zich daarvan soms akelig bewust. Ze spelen ermee.
Maar als dat zo is, kunnen we dan niet ook met onze woorden opbouwen, scheppen. Woorden van hoop en vertrouwen spreken tegen het donker in de wereld om ons heen. Roepen woorden van hoop roepen niet de ervaring van hoop op. Maken woorden van vrede niet ruimte voor vrede in ons hart? Meegenomen worden door de woorden van een toneelstuk kan zelfs tot nieuwe inzichten leiden, een verandering in de manier waarop je naar de wereld kijkt, een verandering in jezelf. Katharsis noemen de klassieke toneelschrijvers dat. Woorden hebben scheppende kracht.
We moeten dus dat leven van Jezus dat zometeen volgt, zegt Johannes’ inleiding, met gespitste oren beluisteren. Want daarin zien we Gods scheppende kracht aan het werk. Jezus belichaamt het Woord met een hoofdletter W. En we moeten luisteren naar de woorden die klinken. Want het zijn niet zomaar woorden, ze hebben scheppende kracht. Zoals Gods eerste woord in het scheppingsverhaal was: er zij licht, heeft dat licht in Jezus een menselijk, toegankelijk gezicht gekregen.
God sprak een woord en het werd werkelijkheid. Woorden hebben scheppende kracht. En zo heeft de weg die Jezus gaat, zijn woorden en daden, scheppende kracht. Daar mogen we op vertrouwen. Dat we door die woorden te overwegen in ons hart, zoals van Maria geschreven staat, en ze op de juiste manier in de praktijk te brengen, ruimte mogen scheppen voor het goede in onze wereld.
Er zij licht. Dat kun je niet vaak genoeg zeggen.


